De registratie wordt aan de aannemers toegekend door een commissie die afhangt van het Ministerie van Financiën en die aan de aannemer een soort sociaal en fiscaal betrouwbaarheidslabel toekent.
De geregistreerde aannemer is immers diegene die in orde is met de naleving van zijn sociale en fiscale verplichtingen.
De registratie van een aannemer is zeker geen totale waarborg maar zij vormt toch een interessante aanwijzing om te oordelen over de betrouwbaarheid van een onderneming.
De reglementering betreffende de registratie van de aannemers geldt niet voor de bouw- of renovatiewerken , uitgevoerd voor loutere privé-doeleinden, d . w . z . voor door een particulier bestelde werken aan een bestaande individuele woning of voor de bouw van een eengezinswoning .
Werken die betrekking hebben op een “gemengd” gebouw, dat naast het woongedeelte ook een gedeelte bevat dat bestemd is voor de uitoefening van een beroep (bijvoorbeeld, een artsenkabinet of een werkplaats) vallen echter wel onder de toepassing van de reglementering .
Wij dienen u echter de raad te geven in alle omstandigheden ENKEL EN ALLEEN te werken met een geregistreerde aannemer, en dit zelfs voor werken die betrekking hebben op een woning .
Voorwaarde om sommige voordelen te kunnen genieten
Sommige regionale premies worden slechts toegekend onder voorwaarde dat de bouwheer beroep doet op een geregistreerde aannemer.
Zo ook is het verminderd BTW - tarief voor de uitvoering van sommige werken (bijvoorbeeld de aan woningen van meer dan 15 jaar oud uitgevoerde renovatiewerken) ondergeschikt aan het feit dat beroep wordt gedaan op een geregistreerde aannemer
Wanneer een beroep wordt gedaan op een niet-geregistreerde aannemer
Indien u anderzijds beslist om toch een beroep te doen op een niet-geregistreerde aannemer voor de uitvoering van onroerende werken, dient u een aantal bijkomende verplichtingen na te komen en, wat belangrijker is, loopt u bepaalde risico's
1) Inhoudingsplicht
Bij iedere betaling moet men 30 % van het factuurbedrag - exclusief BTW - inhouden en daarvan de helft (15 %) doorstorten naar de fiscus, en de andere helft (15 %) doorstorten naar de RSZ.
Deze verplichting geldt eveneens ten opzichte van de aannemer die tijdens de uitvoering van het contract zijn registratie verliest. Zij is van toepassing voor elke betaling vanaf de tiende dag van de maand die volgt op de publicatie van de schrapping in het Belgisch Staatsblad.
Aandacht : het niet verrichten van deze stortingen kan aanleiding geven tot een administratieve boete vanwege de RSZ en de fiscus. Deze boete bedraagt het dubbel van de som die had moeten worden gestort.
2) De hoofdelijke aansprakelijkheid
Bovendien degene die beroep doet op een niet - geregistreerde aannemer hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van deze laatste ten opzichte van :
|
de RSZ ten belope van 50 % van de prijs van de werken (BTW niet inbegrepen); |
|
de fiscus ten belope van 35 % van dezelfde prijs. |
De krachtens de verplichting tot inhouding te storten bedragen worden van deze bedragen afgetrokken. Deze aansprakelijkheid bestaat echter niet wanneer de aannemer geregistreerd is op het ogenblik dat het contract wordt getekend en hij zijn registratie verliest tijdens de uitvoering van de werken. |